Nieuwe duurzame ‘spelers’ nodig

Speelgoed wordt gemaakt onder erbarmelijke werkomstandigheden en van vervuilend plastic. Vreemd in een sector voor wie het kind – en daarmee de toekomst – core business is. Dat hoeft niet zo te blijven!

Met een fototentoonstelling moet je mazzel hebben. Fotografen lijken een fetisj te hebben voor geometrische vormen en cleane sfeertjes. Maar een snaar raken, ho maar. Dit lukt Michael Wolf wel. Tijdens zijn expositie in het Haags Fotomuseum Life in Cities kreeg ik een brok in mijn keel.
Dat gold niet voor het jongetje dat naast mij voor The Real Toy Story stond. Voor hem was het vooral een verzameling speelgoed. Hij had duidelijk zijn zinnen gezet op een plastic ruimteschip en deed een poging dat ervan af te trekken. Zijn moeder kon maar net voorkomen dat het werk beschadigd raakte. “Blijf met je vingers af, Finn! Dit is geen speelgoedwinkel maar een museum.”

Geamputeerde ledematen
Toen Finn terugdeinsde zag hij pas de foto met zes Chinese fabrieksarbeiders met geamputeerde ledematen. Hij trok wit weg. Een effect waar Wolf op uit is.
Wolf is van oorsprong een reportagefotograaf. In 2004 maakte hij voor het Duitse magazine Stern confronterende foto’s in Chinese speelgoedfabrieken. Dit combineerde hij met 20.000 stuks tweedehands speelgoed. Het werk is een veelkleurig protest tegen de consumptiemaatschappij. Een moeilijk te missen signaal.

Beter spelen-keurmerk
Veertien jaar nadat Wolf The Real Toy Story voor het eerst toonde, is in de speelgoedmarkt nog niet zo veel veranderd. We overladen onze kinderen met goedkoop gemaakte plastic poppen, prullaria en elektronica. Dit wordt gemaakt in bijna 10.000 speelgoedfabrieken, waarvan het leeuwendeel in China is gevestigd.
Anders dan de mode- en voedselindustrie staat de speelgoedmarkt nauwelijks in de schijnwerpers. Er is geen Beter Spelen-keurmerk of Convenant Duurzaam Speelgoed.
Ik wil niet cynisch zijn. Maar misschien komt dit omdat in de speelgoedmarkt nog geen rampen à la Rana Plaza (instorten modefabriek in Bangladesh) of de varkenspest hebben plaatsgevonden. Het leed blijft daardoor achter gesloten deuren. Totdat het ook in deze markt een keer misgaat.

Stinkend plastic
Wij zijn zelf medeschuldig aan al dat slechte speelgoed. Omdat we bij het kopen ervan onverschillig zijn. We letten niet op waar het spul van is gemaakt. We accepteren dat een fractie van onze investering naar de fabrieksarbeider gaat en dat we blijven zitten met een onnodig hoge afvalberg. Een van de redenen waarom er in 2050 meer plastic dan vis in de oceaan ‘zwemt’.
Als we in winkel of webshop zijn, zetten we het verstand op nul. En kopen die zoveelste knuffel, barbie, fidget spinner of – gegarandeerd binnen vier dagen leeglopende – plastic voetbal. Ook mijn ‘inkoopbeleid’ is erg onverschillig geweest. Een eens supervoordelig buitenzwembad ligt nu in mijn opberghok en wil maar niet wegrotten. Want het is gemaakt van twee kilogram niet-recyclebaar en nog altijd stinkend plastic.

‘Omdat het niet lang meegaat’
Onderdeel van het probleem zijn de winkels waar we al die kleurige kinderwensen kopen. Die zijn steeds meer gericht geraakt op zo veel en zo goedkoop mogelijk. Een tot de verbeelding sprekend voorbeeld is Toys ‘R’ Us. Dat is een wereldwijde speelgoedwinkelketen die is geïnspireerd op een supermarkt. Oprichter Charles Lazarus was bekend van zijn uitspraak: ‘speelgoed is geweldig om te verkopen, omdat het niet zo lang meegaat.’
Decennia was de op omzet gerichte formule van Toys ‘R’ Us en bijvoorbeeld Blokker Holding (in het verleden Nederlands marktleider in speelgoed met Intertoys en Bart Smit) uitermate succesvol. Maar er zit nu de klad in. Lazarus van Toys ‘R’ Us overleed in maart, kort nadat zijn bedrijf bankroet ging. En ook de problemen van Blokker zijn bekend.

Genderneutraal speelgoed
Als verklaring voor het tanende succes van de grote spelers in speelgoed wordt ‘internet’ aangevoerd. Dat zal zeker een deel van het probleem zijn, maar ik waag te betwijfelen of dit de kern raakt. Want er zijn ook winkeliers, zoals IKEA, waarvan de klanten loyaal blijven.
Hét probleem met de grote speelgoedspelers is dat ze zich niet onderscheiden. Ze geven je geen reden om bij hen te kopen. Dat komt omdat het ze ontbreekt aan een betekenisvolle missie. Het gaat hen om winst en niet om de werkelijke waarde voor de kinderen.
Daar ligt een grote kans voor nieuwe winkeliers en speelgoedontwikkelaars: een gat in de markt (of ‘een gat in maatschappij’, zoals Kees Klomp het noemt).
Let op. Ik pleit niet perse voor saai, soft, verfloos en genderneutraal speelgoed dat onze kids helpt om mindful te gaan leven. Nee, ik pleit voor met liefde gemaakte spullen van veilige materialen die lang meegaan. En winkels die weer meer gaan doen dan alleen prijsvechten.
Het is tijd voor een nieuwe Toy Story, met het kind in de hoofdrol.

Joost Bijlsma, Groene Koers